Ik vind het zinvol om voor het bijhouden van jurisprudentie die van belang is voor mijn vakgebied, ook te kijken naar arresten die over totaal wat anders gaan dan IT-recht. Dat voorkomt navelstaren en levert soms leuke en verrassende inzichten op die goed toepasbaar zijn in de IT-rechtspraktijk.
Vorige week viel mij een arrest van de Hoge Raad op over gemengde overeenkomsten (16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:57). Het leerstuk van de gemengde overeenkomst komt in de praktijk van de IT-jurist regelmatig voor. Dit arrest van de Hoge Raad werpt daar geen nieuw licht op, maar is wel aanleiding om weer eens even stil te staan bij de valkuilen.
In de wet zijn meerdere overeenkomsten benoemd: de zogenaamde “benoemde overeenkomsten”. Voor de IT-praktijk zijn dat bijvoorbeeld huur (denk aan collocatie, lease van apparatuur en/of programmatuur), koop (denk aan hardware), aanneming van werk (denk aan het aanleggen van bekabeling), opdracht (denk aan softwareontwikkeling, onderhoud). Voor die benoemde overeenkomsten heeft de wet een set spelregels bepaald, waar soms wel en soms niet van afgeweken mag worden. Die spelregels hebben bijvoorbeeld betrekking op conformiteit en aansprakelijkheid. Overeenkomsten die niet in de wet zijn “geregeld”, zijn onbenoemde overeenkomsten. Een licentieovereenkomst bijvoorbeeld is in beginsel een onbenoemde overeenkomst. Partijen bepalen daar zelf de inhoud van. Maar wat nou als partijen een overeenkomst sluiten die de kenmerken heeft van twee of meer benoemde overeenkomsten?
Het arrest van de Hoge Raad van 16 januari gaat over zo’n situatie. De gebeurtenissen die aan het juridisch geschil vooraf zijn gegaan, zijn uitermate triest: Eiseres is tijdens een – rustige – zeiltocht bij St-Maarten (Caribisch gebied) getroffen door een ongeval waardoor zij een dwarslaesie heeft opgelopen en verlamd is geraakt vanaf haar middel. De boot voer onder zeil toen onverwacht uit tegenovergestelde richting een aantal enorm hoge golven verscheen. De boot werd rechtdoor door die golven varend omhooggestuwd en klapte daarna hard op het water in het golfdal. Omdat eiseres op dat moment op het voordek zat, klapte zij met het neerkomen van de boot telkens hard op het dek. Bij de derde golf voelde zij wat knappen in haar rug. Verweerder in deze zaak is een eenmanszaak die zeilreizen organiseert. Hij is tevens de schipper op deze reizen, zo ook op deze onfortuinlijke reis. Eiseres en verweerder kenden elkaar al lang en hadden een vriendschappelijke relatie. Eiseres had aangegeven graag eens mee te willen zeilen. Dat kwam er in februari 2015 van. Zij hadden afgesproken dat eiseres gratis mee zou varen op een al geplande zeilreis in de Cariben. Zij zou als tegenprestatie een promotiefilm maken voor verweerder; zij was student aan de National Film and Television School en had ervaring met het maken van korte (bedrijfs)films. Partijen hebben de afspraken niet op papier gezet. Partijen hadden het zelf tijdens de procedure over een “wederdienstachtige situatie”.
Eiseres heeft verweerder aansprakelijk gesteld. Volgens eiseres had verweerder onvoldoende maatregelen genomen om het ongeval te voorkomen en had verweerder geen veiligheidsinstructies of waarschuwingen gegeven. Ook had verweerder volgens eiseres rekening moeten houden met ‘ground swell’ (die hoge golven kan veroorzaken), waarvoor een waarschuwing op de zeekaarten staat voor dat gebied. Eiseres vindt dat verweerder als ervaren schipper het gebied had moeten mijden. Verweerder is verzekerd bij Achmea, die in deze zaak ook procespartij was.
In deze zaak ging het om de vraag of eiseres recht heeft op schadevergoeding en zo ja welke. Daarvoor was eerst van belang hoe de overeenkomst gekwalificeerd moet worden zodat aan de hand daarvan de aansprakelijkheidsmaatstaf kon worden bepaald: een overeenkomst van personenvervoer over zee waarbij sprake moet zijn van schuld of nalatigheid van de vervoerder (verweerder) en waarbij een maximum aansprakelijkheid geldt van 400.000 SDR, (zo’n €467.000). Of ging het, zoals eiseres beweerde, om een arbeidsovereenkomst of althans een overeenkomst van opdracht omdat de kenmerkende prestatie het maken van een promotiefilm was en het vervoer over zee hieraan ondergeschikt was, of althans om een reisovereenkomst. Die door eiseres genoemde overeenkomsten laten ruimte voor een veel hogere tot onbeperkte aansprakelijkheid. Of was er sprake van twee naast elkaar bestaande zelfstandige overeenkomsten (opdracht en personenvervoer over zee) of een combinatie daarvan: een gemengde overeenkomst? En wat is dan de situatie?
De wetgever heeft daarover – uiteraard – al nagedacht: Voldoet een overeenkomst aan de omschrijving van twee of meer door de wet geregelde bijzondere soorten van overeenkomsten, dan zijn de voor elk van die soorten gegeven bepalingen naast elkaar op de overeenkomst van toepassing, behoudens voor zover deze bepalingen niet verenigbaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet (artikel 6:215 BW): een gemengde overeenkomst. Dus als hier sprake was van zowel een overeenkomst van opdracht als van een overeenkomst van personenvervoer over zee, dan kunnen in beginsel meerdere verantwoordelijkheid-en aansprakelijkheidsregimes van toepassing zijn.
Het hof komt in deze zaak op grond van de feiten en omstandigheden tot de conclusie dat hier (alleen) sprake was van een overeenkomst tot personenvervoer over zee (artikel 8:500 e.v. BW) waarvoor eiseres in natura zou betalen door middel van het maken van een promotiefilm. Het hof oordeelt ook dat geen sprake was van een overeenkomst van opdracht dan wel van een gemengde overeenkomst en neemt dus geen gemengde overeenkomst aan. Vervolgens heeft het hof vastgesteld dat eiseres niet is geslaagd in de op haar op grond van de wet rustende bewijslast dat sprake was van schuld of nalatigheid van de vervoerder. Verweerder was dus niet aansprakelijk. Als zeezeiler begrijp ik deze uitkomst; het was een ongelofelijk tragisch ongeval, maar de schipper heeft niet onjuist of onverstandig gehandeld.
Eiseres gaat in cassatie en klaagt dat het hof heeft miskend dat de kwalificatie van de rechtsbetrekking als overeenkomst van personenvervoer niet uitsluit dat daarnaast een overeenkomst van opdracht bestond of een gemengde overeenkomst tot stand was gekomen. Dat is een juist uitgangspunt, maar dat had het hof ook niet miskend volgens de Hoge Raad: De Hoge Raad komt tot het oordeel dat het hof kennelijk van oordeel was dat er (simpelweg) geen sprake was van een opdracht van verweerder aan eiseres om een promotiefilmpje te maken dan wel van een gemengde overeenkomst. Dat was volgens de Hoge Raad ook niet onbegrijpelijk in het licht van de feiten en omstandigheden die het hof daarbij in aanmerking heeft genomen: eiseres zou deelnemen aan de zeilreis (waarover partijen vanuit hun vriendschap eerder al gesproken hadden) en als wederdienst zou eiseres een promotiefilm maken; er was niet (ook) sprake van een overeenkomst van opdracht om een promotiefilmpje te maken. Het arrest van het hof blijft in stand.
Wat hier proces-technisch een beetje mis is gegaan, is dat eiseres zich niet op het bestaan van twee zelfstandig naast elkaar bestaande overeenkomsten heeft beroepen dan wel op een gemengde overeenkomst, maar heeft gesteld dat het (in ieder geval) geen overeenkomst voor vervoer voor personen over zee betrof, maar juist een van de door haar genoemde andere. Het hof moet de grieven volgen en de vrijheid van het hof om een grief wat “op te rekken”, is begrensd (zie Hoge Raad, 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:594)
In deze zaak bleek dus geen sprake van een gemengde overeenkomst en ook niet van twee zelfstandig naast elkaar staande overeenkomsten. Maar hoe moet in een concreet geval worden bepaald of een overeenkomst voldoet aan de omschrijving van een gemengde overeenkomst? Tja, met de bekende klassieker: dat moet worden nagegaan aan de hand van hetgeen partijen zijn overeengekomen. Wat partijen zijn overeengekomen (dus de uitleg daarvan) moet plaatsvinden door toepassing van de Haviltex-maatstaf. Aan de hand van de kenmerken van hetgeen is overeengekomen kan vervolgens de overeenkomst “gekwalificeerd” worden. Voor benoemde overeenkomsten, dat mag bekend verondersteld worden, is het niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling te laten vallen die bij die kwalificatie hoort (Vgl. o.m. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2034 en HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746). Als het “loopt als huur, kwaakt als huur en ruikt als huur”, is het huur, ook al staat er een sticker “koop” op.
Er zal dus “al Haviltex-end” gekeken moeten worden naar de kenmerkende prestaties: ging het voornamelijk om de levering van een goed of koop (bijvoorbeeld: levering van stroom of koop van een server), of om huur (huur van rack-ruimte), of een dienst (bewaking van het datacentrum, onderhoud van servers, klimaatbeheersing)? Of een combinatie. In de IT-praktijk komen regelmatig gemengde overeenkomsten voor. Denk bijvoorbeeld ook aan een overeenkomst voor zowel verkoop van servers als de inrichting en het onderhoud daarvan. Dan hebben we zowel te maken met een koopovereenkomst (artikel 7:1 e.v. BW) als met een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 e.v.BW) en zijn volgens de hoofdregel van artikel 6:215 BW “(..) de voor elk van die soorten gegeven bepalingen naast elkaar op de overeenkomst van toepassing”. In dit voorbeeld zijn die bepalingen prima verenigbaar: Bij de dienstverlening zal dan de zorgplicht in acht genomen moeten worden en bij de koop, de conformiteitseisen. In de zaak over het zeilongeluk, heeft het hof kennelijk geoordeeld dat partijen de bedoeling hadden een zeiltocht te maken, waarvoor in natura zou worden betaald en niet – ook – een overeenkomst van opdracht om een promotiefilmpje te maken. Dat had anders kunnen zijn: bijvoorbeeld als verweerder eiseres opdracht had gegeven om een promotiefilmpje te maken en eiseres in ruil daarvoor gratis had mogen meevaren op een zeilboot in de Carieb; Of voor het maken van het filmpje een gratis vliegticket had gekregen en eiseres daarnaast had mogen meevaren op een zeilboot in de Carieb op grond van een overeenkomst die kwalificeert als een overeenkomst van personenvervoer op zee. Daar denk je uiteraard allemaal niet over na wanneer je aanmonstert op een zeilboot. Maar denk daar a.j.b. bij het opstellen en aangaan van een IT-contract wel even over na: “It’s all about the interpretation”.
Neem vooral contact op met een van onze advocaten als u vragen heeft of als u wilt dat we met u meedenken.