Contact
Emmely Schaaphok
/
10.10.2024
/
4 min. leestijd
Privacy

Verkoop van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden onder bepaalde voorwaarden gerechtvaardigd

Wat begon als een boete voor de KNLTB vanwege het doorverkopen van persoonsgegevens van haar leden aan derden, heeft vorige week een nieuw hoofdstuk gekregen in een uitspraak van het hoogste Europese gerecht. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk verduidelijkt onder welke omstandigheden het doorverkopen van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden kan worden beschouwd als een “gerechtvaardigd belang” volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Hoe het begon

De Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) verkocht in 2018 de contactgegevens van haar leden aan de Nederlandse Loterij en SportshopsDirect. Dit gebeurde zonder dat de leden hiervoor toestemming hadden gegeven. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legde daarom een boete op aan de KNLTB, omdat zij vond dat de gegevensverwerking onrechtmatig was. De KNLTB stapte hierna op haar beurt naar de rechter bij de rechtbank Amsterdam.

Wat is een gerechtvaardigd belang?

Volgens de AVG mogen persoonsgegevens alleen worden verwerkt als daar een goede reden voor is. Dit kan op twee manieren: door toestemming van de betrokkenen of door een zogenaamd ‘gerechtvaardigd belang’. In dit geval was er geen sprake van toestemming. De vraag was dus of de verkoop van de gegevens gezien kon worden als een gerechtvaardigd belang. De AP vond van niet en stelde dat een gerechtvaardigd belang iets moet zijn dat wettelijk vastligt. Het commercieel belang dat gegevens verkocht worden voor marketing en reclamedoeleinden, valt hier volgens de AP niet onder.

Vragen aan het Europese Hof van Justitie

Omdat er onduidelijkheid was over de uitleg van ‘gerechtvaardigd belang’, heeft de rechtbank Amsterdam deze vraag voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie (hierna: Hof). Het Hof gaf aan dat het begrip ‘gerechtvaardigd belang’ breder opgevat moet worden dan de strikte uitleg die de AP hanteerde. Het hoeft niet per se in de wet vastgelegd te zijn; een commercieel belang kan ook als gerechtvaardigd belang worden gezien, mits dit niet in strijd is met de wet. Dit betekent echter niet dat organisaties zomaar gegevens mogen verkopen. Er zijn drie voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een beroep te doen op een gerechtvaardigd belang:
  1. Er moet daadwerkelijk een gerechtvaardigd belang zijn van degene die de gegevens verwerkt (bijvoorbeeld de KNLTB) of van een derde partij.
  2. Het verwerken van de gegevens moet noodzakelijk zijn om dat belang te behartigen.
  3. De belangen en rechten van de betrokkenen mogen niet zwaarder wegen dan het belang van degene die de gegevens verwerkt of een derde partij.
Hoewel het Hof erkent dat commerciële belangen gerechtvaardigd kunnen zijn, heeft het wel duidelijke grenzen gesteld. Zo benadrukt het Hof dat de KNLTB haar leden had kunnen informeren over het plan om hun gegevens te verkopen en hen de keuze had kunnen geven of zij dit wel of niet wilden. Dit had de KNLTB niet gedaan. Het Hof benadrukt ook dat de rechten en belangen van de betrokkenen, in dit geval de leden van de KNLTB, in bepaalde situaties zwaarder kunnen wegen. In het bijzonder als mensen niet hadden kunnen verwachten dat hun gegevens zouden worden gebruikt voor commerciële doeleinden, zoals marketing of reclame. Een specifiek aandachtspunt in deze zaak is volgens het Hof ook dat de gegevens van de KNLTB-leden waren doorverkocht aan een organisatie die kansspelen en casinospelen aanbiedt. Het Hof wijst erop dat dit mogelijk nadelige gevolgen kan hebben voor leden die kwetsbaar zijn voor gokverslaving. Dit soort risico’s moet in de belangenafweging worden meegenomen. Deze belangenafweging zal de rechtbank Amsterdam uiteindelijk zelf moeten maken.

Wat betekent dit voor de toekomst?

De uitspraak van het Hof verruimt de mogelijkheden voor organisaties om een beroep te doen op een gerechtvaardigd belang, ook voor commerciële doeleinden. Dit betekent echter niet dat bedrijven zomaar persoonsgegevens mogen verhandelen. Het commerciële belang moet nog steeds gerechtvaardigd, noodzakelijk zijn en moet er een belangenafweging gemaakt worden. Met het antwoord van het Hof op zak, zal de rechtbank Amsterdam nu moeten beoordelen of het doorverkopen van ledengegevens aan derden zonder toestemming echt noodzakelijk was voor de gerechtvaardigde belangen van de KNLTB. Gezien de uitleg van het Hof, blijft het echter zeer onzeker of dit in het voordeel van de KNLTB zal uitpakken.